Michiel Cox schreef met Vaderdagen een sympathiek boek. Ik hou in wezen niet van sympathieke boeken. Toch pakte Cox me in met zijn rechtstreekse notities uit het leven van een vader, die zich op min of meer hedendaagse wijze staande probeert te houden in een hedendaags gezin.
Ik las zijn boek aan de vooravond van een verhuizing. Nu is het krijgen van een kind niet vergelijkbaar met het veranderen van huis, maar levens-veranderend zijn beide situaties wel. Cox omzeilt sentimentaliteit en al te voor de hand liggende clichés en is toch in staat om gevoelig te schrijven. Dat is knap.
Zijn notities over de zich langzaam manifesterende aandoening van zijn kind, de manier waarop hij zijn eigen achtergrond naar voren schuift zonder zich eraan te verschuilen: alles klopt. Toch heb ik één kritiekpunt. Als Cox Franz Kafka de maat neemt wanneer die zijn vaders tafelgedrag laakt.
Franz Kafka heeft nooit kinderen gehad, hij weet bijgevolg niet waar hij het over heeft en dus moet hij niet zo zeiken.
Hier wordt de schrijvende jonge vader ineens een jonge vader die de wereldliteratuur ziet als een verlengstuk van zijn eigen ditjes en datjes.
De krenking van Wanda Reisel is een korte roman over de ontregeling die op gang komt als iemand zich in zijn eigenwaarde voelt aangetast. Reisel ontleedt hoe een ogenschijnlijk overzichtelijk, succesvol leven langzaam (maar, zoals het heet, zeker) uit het lood wordt geslagen.
Wat het boek krachtig maakt, is de strakke, analytische stijl. Reisel observeert haar personages met heel precies, zonder te vervallen in makkelijk sentiment of emotionele overdaad. Reisel neemt ons bijna verlekkerd mee naar de ondergang van haar hoofdpersonage Levi, een arts die in een heus euthanasiedrama wegzakt.
De spanning zit niet zozeer in het grote verhaal, maar eerder in de manier waarop kwetsuur omslaat in obsessie, en hoe Levis pogingen om de controle te herwinnen juist leiden tot verdere vervreemding. De held gaat bij Levi bijna opgewekt ten onder, ook al zijn er nog steeds mensen die in principe bereid zijn hem te helpen of te redden.
Wanda Reisel, is dat nu een onderschatte auteur?
Van Daphne du Maurier las ik twintig jaar geleden een aantal boeken. Ik herinner me vooral Jamaica Inn, dat ik toen heel spannend vond. Kort geleden las ik, voor het eerst, Rebecca. En dat was een leuke ontdekking. Ik voelde me voor het eerst in lange tijd weer zoals ik me in mijn vroege jaren voelde tijdens het lezen. Ik verzonk in de tekst.
Rebecca is op het oog een soort Victoriaanse roman over een jonge vrouw die met een weduwnaar trouwt en moeite moet doen om zich aan zijn leven aan te passen. Het begint allemaal als een studie naar jaloezie (van de naamloze hoofdpersoon op Rebecca, de vorige vrouw van haar man Maxim de Winter) en als je ergens halverwege gaat verlangen naar iets anders, slaat de bom in.
Het laatste derde van het boek draait het perspectief volledig en wordt de naamloze hoofdpersoon plotseling een amorele en daadkrachtige figuur, die haar man en de daden die hij heeft gepleegd voor de poorten van de ondergang en de gevangenis wegsleept. Ik snap wel wat Hitchcock in de roman zag. Misschien schrijft Du Maurier geen wereldliteratuur, maar veel spannender wordt het meestal niet.




Precies, die Franz Kafka moet niet zo zeiken, zometeen begint tie nog over dat hij zich een insect waant, terwijl hij niet eens weet hoe het is om je als zespotige door het leven te begeven
Precies, die Franz Kafka moet niet zo zeiken, zometeen begint tie nog over dat hij zich een insect waant, terwijl hij niet eens weet hoe het is om je als zespotige door het leven te begeven